Waarom veranderen gezonde voornemens zo vaak niet in blijvende gewoontes op de werkvloer?

Veel medewerkers willen gezonder leven. Ze willen meer bewegen, beter slapen, gezonder eten of minder stress ervaren. Ook op de werkvloer zijn er genoeg mogelijkheden om hiermee aan de slag te gaan. 

Toch blijkt het lastig om goede voornemens vol te houden. Een paar weken extra wandelen tijdens de lunch of vaker de trap nemen lukt misschien nog wel, maar na verloop van tijd vallen veel mensen terug in hun oude gewoontes.

Dat heeft niet altijd te maken met een gebrek aan motivatie. Gedrag veranderen kost tijd en vraagt om meer dan alleen het voornemen om iets anders te doen. Werkgevers die de vitaliteit van hun medewerkers willen verbeteren, moeten daarom verder kijken dan een eenmalige gezondheidsactie. 

Een aanpak die aansluit bij de dagelijkse praktijk en medewerkers blijft ondersteunen, biedt meer mogelijkheden om gezonde gewoontes onderdeel te maken van het werkende leven.

Waarom goede voornemens niet altijd standhouden

Een nieuwe gewoonte begint vaak met een duidelijke aanleiding. Iemand merkt dat hij weinig beweegt, voelt zich regelmatig vermoeid of wil beter leren omgaan met werkdruk. De eerste stappen zijn dan relatief eenvoudig. Er is een doel en de motivatie om daarmee aan de slag te gaan.

In de praktijk kunnen andere zaken al snel roet in het eten gooien. Een drukke werkweek, onverwachte afspraken of persoonlijke omstandigheden zorgen ervoor dat gezonde voornemens naar de achtergrond verdwijnen. 

Wie zich heeft voorgenomen om iedere dag een wandeling te maken, slaat die bijvoorbeeld over wanneer er veel werk ligt. Als dat vaker gebeurt, wordt het steeds moeilijker om het nieuwe gedrag vol te houden.

Ook de omgeving speelt een rol. Wanneer medewerkers de hele dag achter hun bureau zitten, weinig ruimte hebben voor pauzes of voortdurend onder tijdsdruk staan, is het niet vanzelfsprekend dat ze voldoende bewegen en ontspannen. 

Een gezonde leefstijl vraagt dan niet alleen om persoonlijke inzet, maar ook om omstandigheden waarin medewerkers daadwerkelijk andere keuzes kunnen maken.

Voor werkgevers is dat een belangrijk uitgangspunt. Medewerkers vertellen dat ze gezonder moeten leven, heeft weinig effect wanneer de dagelijkse werkomgeving het moeilijk maakt om dat voornemen uit te voeren.


Gedragsverandering vraagt om een aanpak die bij de medewerker past

Niet iedere medewerker staat op hetzelfde punt wanneer het gaat om gezondheid en vitaliteit. De ene persoon sport al regelmatig en wil vooral beter leren omgaan met stress. 

Een ander heeft juist behoefte aan meer beweging of wil gezondere eetgewoontes ontwikkelen. Er zijn ook medewerkers die nog niet actief met hun gezondheid bezig zijn.

Een vitaliteitsprogramma moet rekening houden met die verschillen. Een aanpak die voor de ene medewerker goed werkt, hoeft voor een ander niet geschikt te zijn. 

Daarom is het belangrijk om inzicht te krijgen in de behoeften, mogelijkheden en motivatie van medewerkers voordat interventies worden ingezet.

Het gedragsveranderingsmodel van Prochaska biedt hiervoor aanknopingspunten. Dit model beschrijft verschillende fasen waarin mensen zich kunnen bevinden bij het veranderen van gedrag. 

Iemand kan bijvoorbeeld nog niet over verandering nadenken, zich oriënteren op mogelijkheden of al bezig zijn met het aanpassen van gewoontes. Ook het volhouden van nieuw gedrag vraagt aandacht.

Door rekening te houden met deze fasen kunnen werkgevers beter aansluiten bij wat medewerkers nodig hebben. Wie nog twijfelt over een verandering, heeft mogelijk meer aan informatie en bewustwording. Iemand die al concrete stappen zet, kan juist baat hebben bij praktische ondersteuning en begeleiding.

Het uitgangspunt is dat medewerkers niet allemaal op dezelfde manier of in hetzelfde tempo veranderen. Een vitaliteitsprogramma moet daarom voldoende ruimte bieden voor persoonlijke keuzes en verschillende instapniveaus.

Kleine stappen helpen om nieuw gedrag vol te houden

Gezonder leven hoeft niet te beginnen met grote veranderingen. Juist kleine aanpassingen kunnen een praktische manier zijn om nieuwe gewoontes op te bouwen. Denk aan een korte wandeling tijdens de lunch, regelmatig even opstaan tijdens het werk of bewuster omgaan met rustmomenten gedurende de dag.

Het voordeel van kleine stappen is dat ze gemakkelijker in een bestaande routine passen. Medewerkers hoeven niet direct hun hele dagindeling om te gooien. Wanneer een aanpassing haalbaar is, wordt het eenvoudiger om deze regelmatig te herhalen.

Daarbij helpt het om concrete doelen te stellen. Wie meer wil bewegen, kan bijvoorbeeld beginnen met een wandeling op een vast moment van de werkdag. 

Een medewerker die beter met stress wil omgaan, kan oefenen met korte ontspanningsmomenten tussen werkzaamheden. Door de verandering klein en overzichtelijk te houden, wordt duidelijker wat iemand zelf kan doen.

Het is wel belangrijk om te voorkomen dat zulke acties een verplicht nummer worden. Een gezonde gewoonte heeft meer kans om onderdeel van het dagelijks leven te worden wanneer de medewerker het nut ervan ervaart en de verandering bij de eigen situatie past.

De rol van de werkgever bij blijvende gedragsverandering

Medewerkers blijven zelf verantwoordelijk voor hun keuzes, maar werkgevers kunnen de omstandigheden creëren waarin gezond gedrag gemakkelijker wordt. Dat begint bij aandacht voor de dagelijkse werkpraktijk. 

Is er ruimte om pauzes te nemen? Kunnen medewerkers bewegen gedurende de werkdag? Is er aandacht voor mentale belasting en herstel? En weten medewerkers waar ze terechtkunnen wanneer ze ondersteuning nodig hebben?

Ook leidinggevenden hebben hierin een rol. Wanneer een manager zelf regelmatig pauze neemt en het belang van herstel serieus neemt, geeft dat een ander signaal dan wanneer medewerkers voortdurend het gevoel hebben beschikbaar te moeten zijn. 

Een organisatie die vitaliteit belangrijk vindt, moet dat niet alleen uitdragen, maar ook laten terugkomen in de manier waarop er wordt gewerkt.

Daarnaast helpt het om vitaliteit regelmatig onder de aandacht te brengen. Een eenmalige workshop kan medewerkers nieuwe inzichten geven, maar biedt op zichzelf geen garantie dat zij hun gedrag aanpassen. 

Terugkerende aandacht maakt het mogelijk om onderwerpen opnieuw te bespreken, ervaringen uit te wisselen en medewerkers te stimuleren om met kleine veranderingen verder te gaan.

Maandelijkse thema’s, praktische opdrachten en challenges kunnen daarbij een rol spelen. Ze geven medewerkers een concrete aanleiding om met hun gezondheid bezig te zijn. Het is daarbij belangrijk dat de activiteiten aansluiten bij verschillende behoeften en niet uitsluitend gericht zijn op competitie of prestaties.

Ondersteuning beschikbaar houden met een wellbeingplatform

Een digitaal wellbeingplatform kan helpen om vitaliteit toegankelijk te maken en de aandacht ervoor vast te houden. Medewerkers kunnen er informatie vinden, deelnemen aan activiteiten en ondersteuning zoeken wanneer zij met hun gezondheid aan de slag willen. 

Omdat een online platform op verschillende momenten en apparaten beschikbaar is, hoeven activiteiten niet beperkt te blijven tot een bijeenkomst op kantoor.

Het MOOV-platform van HollandFit brengt verschillende onderdelen van vitaliteit samen in één online omgeving. Medewerkers kunnen gebruikmaken van e-learning, coaching en terugkerende acties die hen stimuleren om met hun welzijn bezig te blijven. 

Het platform biedt daarnaast toegang tot meer dan vijftien e-coaches met verschillende expertises.

De combinatie van informatie en praktische ondersteuning is relevant voor medewerkers die hun gedrag willen veranderen. Alleen weten wat gezond is, betekent immers niet dat iemand ook weet hoe hij dat in de dagelijkse praktijk moet toepassen. 

Coaching kan helpen om persoonlijke doelen te verduidelijken en te onderzoeken welke stappen haalbaar zijn. E-learning biedt de mogelijkheid om kennis op te doen op een moment dat het uitkomt.

Ook terugkerende challenges kunnen medewerkers aansporen om iets nieuws uit te proberen. Het is daarbij van belang dat de activiteiten niet alleen gericht zijn op deelname, maar ook ruimte bieden om gewoontes verder te ontwikkelen. 

Een eerste stap is waardevol, maar het volhouden van nieuw gedrag vraagt blijvende aandacht.

Vitaliteit vraagt om continuïteit

Gezonde gewoontes ontstaan niet uitsluitend doordat een organisatie een vitaliteitsprogramma beschikbaar stelt. De manier waarop medewerkers worden ondersteund, de ruimte die zij krijgen om veranderingen door te voeren en de aandacht die er op langere termijn voor het onderwerp blijft, zijn minstens zo belangrijk.

Voor werkgevers betekent dit dat vitaliteit geen los project hoeft te zijn met een duidelijk begin- en eindpunt. Het kan onderdeel worden van een bredere aanpak voor duurzame inzetbaarheid, waarin medewerkers, teams en leidinggevenden samen werken aan een gezonde werkomgeving.

Door behoeften in kaart te brengen, passende activiteiten aan te bieden en regelmatig te evalueren wat werkt, kan een organisatie haar aanpak blijven verbeteren. Een wellbeingplatform zoals MOOV kan daarin een ondersteunende functie vervullen door informatie, coaching en activatie op één plek samen te brengen.

Uiteindelijk gaat het erom dat medewerkers niet alleen worden aangemoedigd om gezonder te leven, maar ook de mogelijkheden krijgen om dat in de praktijk te brengen. 

Wanneer gezonde keuzes beter aansluiten bij het dagelijkse werk en medewerkers op verschillende momenten ondersteuning kunnen vinden, wordt het eenvoudiger om aan nieuwe gewoontes te blijven werken. 

Dat vraagt inzet van de medewerker én een organisatie die vitaliteit structureel serieus neemt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial
Instagram